De fabriek ontstond in 1813 uit de kleine katoendrukkerij Vanden Broecke en werd in 1828 uitgebreid met een spinnerij en een weverij. In 1851 volgde de installatie van de eerste stoommachine. Tijdens die bouwcampagne verrees ook de huidige vierkante schoorsteen, die samen met het ketelhuis en de machinekamer één geheel vormt. In het ketelhuis werd steenkool verbrand om water te verhitten en stoom te produceren. Die stoom zette de machine in beweging, die via drijfstangen en aandrijfriemen de fabriekstoestellen aandreef. Tot 1972 werden hier garens en stoffen vervaardigd.
Na de sluiting stonden de gebouwen enige tijd leeg. In 1976 kocht de Stad Gent het complex en onderzocht ze de mogelijkheid om er het Museum voor Industriële Archeologie en Textiel (MIAT) – het huidige Industriemuseum – in onder te brengen. De fabrieksgebouwen bleken echter te vervallen en werden in 1982 grotendeels afgebroken. Op de vrijgekomen ruimte verrees nieuwe sociale huisvesting.
Toch bleef een waardevol deel van de fabriek bewaard en werd het beschermd als monument: het machine- en ketelhuis, de vierkante schoorsteen, de stoomketel en het aanpalende gebouw met sheddaken zijn gerestaureerd en herinneren vandaag nog aan dit industriële verleden.